wat schuilt er achter de bocht?

Elk parcours dat je voor het eerst aflegt, is een sprong in het ongewisse. Je weet niet wat er komt, volgt, schuilt. Zeker niet als het parcours bochtig is. Elke draai naar links of rechts kan je verrassen. Of niet. 

Rond die gedachte brouwde ik nog een logje over onze vakantie in de Vaucluse. Telkens we met ons (colum)busje naar het Zuiden rijden, reist er een kriskraslijstje van mogelijkheden mee. Zo van: niets moet en (lang niet) alles kan en mag. Dag, weer en conditie/stemming bepalen wat het wordt.

En zodoende stonden de Gorges de la Nesque er al meerdere keren tussen, maar bij het ter plaatse wikken en wegen haalde het nu-nog-niet stemmetje telkens de bovenhand. Te warm, te gevaarlijk, te lang uit de bewoonde wereld, wat-als-er-een-tegenligger-komt doemscenario’s, hoogtevrees (en de daarbijhorende vrees voor diepten en afgronden), het woog allemaal zwaarder dan het verlangen dit geroemd en geprezen stukje ongerepte natuur met eigen ogen eens te aanschouwen.

Maar dit jaar vielen alle kaarten goed. En dus raapte ik al mijn stukjes moed bijeen en gidste de echtgenoot richting Villes-sur-Auzon, de poort tot de 22 km lange route touristique doorheen de Gorges. 

En wat we zagen, was spektakel van begin tot einde.

Een smalle, maar goed berijdbare weg slingert zich een baan doorheen een woest en onbewoond, – we tellen onderweg één huis – eeuwenoud landschap van kalksteenrotsen en groen gewas. Naast de afgrond wachten meerdere stopplaatsen op het handvol auto’s dat en de tientallen fietsers die samen met ons op deze 10de juli onderweg zijn. De hemel is provençaals blauw en boven de rotsen zweeft hier en daar een roofvogel met een spanwijdte om u tegen te zeggen. Bij elke fietser die vanuit de tegenovergestelde richting zijn bocht te wijd neemt, slaak ik een lichte kreet. Grijp het handvat van mijn deur steviger vast en maan de echtgenoot aan wat trager te rijden. Hij stelt me gerust. Heeft alles onder controle. Vier keer duikt er zowaar een tunneltje op, waar ons busje nipt en netjes onderdoor schuift. Het feit dat ze zo laag zijn, maakt het parcours ontoegankelijk voor mobilhomes en dat scheelt een slok op een borrel. Het is hier, in tegenstelling tot de Verdon of de Ardèche, helemaal niet druk.

Elke bocht is een vraagteken en houdt je geest wakker, las ik gisteren in het boek na De Columbus, maar wie iets (nieuws) wil zien, moet zich overgeven en zich laten verrassen door de volgende bocht. Een waarheid, even cliché als de koe in de vergelijking, want plots doemen er, aan mijn kant van de weg nog wel, twee berggeiten op. Een donkere en een lichte. De echtgenoot gaat op de rem en de lichte komt met boze – mijn interpretatie – tred op ons busje afgestapt. Oog in oog staan we. Hij/zij en ik. Mijn hart bonst en slaat aan 200 per minuut en in mijn paniekerige verbeelding zie ik het beest al tegen het portier springen en me doorboren met haar horens. Snel snel schiet ik een foto door het raampje en weg zijn wij.

20190710_094548Bocht na bocht rijden we traagzaam verder. Personages in een adembenemende natuurfilm. Een woeste canyon is het waar de Nesque zich 400 meter diep doorheen slingert. Her en der liggen afgebrokkelde stukken rots op het wegdek. Even verder stappen we uit op een ruime stopstrook. De echtgenoot wil dat ik een foto neem als hij met zijn benen over de afgrond bungelt. Die van mij krijgen op slag kippenallures en mijn veren beginnen te bibberen, mijn knieën te knikken. Als de dood ben ik – en dat tot groot jolijt van onze zonen – voor dit soort – in mijn ogen – ‘levensgevaarlijke’ situaties, maar ik doe het toch. Snel, snel zodat hij zijn benen weer op een veilige bodem kan zwieren.

Maar dan moet de volgende uitdaging nog komen. Bij de Belvédère de Castellaras, op een hoogte van 734 m, is er bedrijvigheid. Er staan een vijftal auto’s en het dubbel aantal fietsers. Op het verhoog prijkt naar verluidt een stuk uit het lange, provençaalse gedicht Calendau van de Franse dichter Mistral. (“Du Rocher du Cire je lui conte l’angoisse …”)

Ik stap nietsvermoedend uit om wat foto’s te nemen van Mont Ventoux in de verte en van de majestueuze Rocher du Cire aan de overkant van de kloof en dan duikt daar, doodgemoedereerd alsof het de normaalste zaak van de wereld is, een jong everzwijn op. Als je weet dat ik me al te pletter schrik van een kat die achter een haag zit in de tuin of van een dode muis op het wegje naast onze beek, een omweg maak voor een hond aan de leiband, kun je je voorstellen hoe snel ik de trappen van dat Belvédère ben opgestormd.  😉 Van achter het hekwerk zie ik hoe het beest een rondje rond onze bus loopt, net als de echtgenoot uitstapt. De aanwezigen staan erbij en kijken ernaar. Onder een boom aan de andere kant van de weg merkt een alerte fietser een slapend moederzwijn op. Nog een andere vat de hachelijke situatie in een vertrouwd dialect broodnuchter samen: Hei Wum, hiej luipt e varke! 

Ik schiet in de lach maar stap als de bliksem weer in. Trots dat ik de wilde beesten heb getrotseerd én overleefd. 😉

We dalen af in de richting van  Monieux en zien hoe de lavendelvelden rond Sault blaken in de zon. Paarsblauwe geuren dringen ons busje binnen. Een zalig en veilig gevoel maakt zich van me meester. De bochten hebben hun werk gedaan en alle vraagtekens zijn verdwenen!!!

 

28 Comments

  1. Toch wel wat, al die wilde beesten trotseren! 😂😂
    Maar idd, die streek is supermooi, elke keer opnieuw!
    Maar…. als mijn wederhelft waagt om zijn benen over een rand te laten hangen (en dat durft hij), vraag ik een echtscheiding aan 🥴. Ik word er echt letterlijk ziek van als ik iemand te dicht bij een afgrond zie komen.

    Liked by 1 persoon

  2. Prachtig, die beelden met felblauwe achtergrond. Net zoals de weide omgeving.

    Wij deden in het verleden ook ooit de Gorges, ik kan me het aantal kreten niet meer herinneren, maar ik duwde constant op de (denkbeeldige) rempedaal.

    Een everzwijn met jong, niet altijd ongevaarlijk, leerde ik.

    En wat gebeurde met tegenliggers?

    En toch, een ongelooflijke ervaring, die in je geheugen gekerfd zit.

    Liked by 1 persoon

  3. Ik zeg knap van jou! Dat je dit allemaal hebt doorstaan en nog heel bent terug gekomen, hahahaha

    Prachtige beelden, en ja.. nou ja, als anderen met benen ergens overheen willen prima, als ik het maar niet hoef 😉 En dat heb ik al met een walkant langs water zeg maar, waar geen trap te vinden is…

    X

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.