klaag-taal-schat

  jammeren en jeremiëren brommend, grommend, morrend of mopperend – neuten, kneuten en zeuren … mensen klagen in allerlei kleuren. weeklagen, zaniken en ziegezagen mekkeren, mauwen en mieren als dieren, foeteren en lamenteren, knorren en kniezen, melken en ouwehoeren die kwezelen en kutkammen … hoor ze miepen en urmen tot ze zemelen in hun emmeren en hun dagen […]