Breskens, aflevering 3 : bezoek aan Groede

Net voor ik deze post de wereld wil insturen, lees ik een stukje van Wouter Deprez over nostalgie. Over de nostalgische reflex die hij overal ziet opduiken, maar die hem wantrouwig maakt. Hij heeft dat van zijn moeder, zegt hij. Want als iemand oreert dat het vroeger beter was, spreekt ze die dadelijk tegen. Het was toen helemaal niet beter, zegt ze. En hij gelooft haar. Zij kan het weten, want ze heeft ook vroeger geleefd. Nostalgie heeft iets onproductiefs, zegt hij. Want wat doe je ermee als je vaststelt dat je niet zomaar terug kunt in de tijd? Je kunt er alleen maar in zwelgen. Ondertussen houdt Wouter wel van de warmte van een goede herinnering.

En laat ik net nu iets van die aard willen delen. Goede herinneringen met een geur van nostalgie, zeg maar.

Er was geen kat op straat die dag. Het was natuurlijk Stille Zaterdag, maar dat we dat in dat Zeeuwse kunstenaarsdorpje zo letterlijk zouden moeten nemen, hadden we niet verwacht. We reden het knusse dorp binnen langs een verlaten straat en draaiden rond het gezellige kerkplein waar een vroege clematis montana zich rozig tegen een hoekgevel omhoog slingerde. Voor de kerk stond een paardenmolen van weleer en een kiosk. Omdat het eerstvolgende straatje ons opnieuw naar de hoofdweg leek te sturen, parkeerden we ons busje op de eerste de beste vrije plaats. Enkele huizen verder leunde een dame op haar schop, keuvelend met een mannelijke voorbijganger.

Op het dorpspleintje veegde een dame enigszins driftig de natgeregende terrastafeltjes van De Drie Koningen af. Ze had er, denk ik, geen zin in die dag. Maar de echtgenoot sprak haar toch aan, want de tweede pijl naar het Vlaemsche Erfgoed hadden we ergens gemist, een dorpsplan van Groede hadden we niet en zij was toevallig de enige levende ziel in het hart van het dorp. Ze wees in de richting van het straatje achter de paardenmolen.

Dit zou één van de toeristische trekpleisters van de streek zijn. Het leukste dorp van Zeeland bovendien. Waar vroeger wel veertig winkeltjes waren. Nu een bruisende plek met kunst en cultuur. Op weg naar de bekende Slijkstraat zagen we welgeteld drie fietsers. Verder niemand.

Het ons warm aanbevolen museum van Groede bleek een piepklein straatje te zijn. Qua sfeer een mix tussen het Limburgse Thorn en een Vlaams polderdorp à la Lissewege, maar dan iets minder wit. Bij het begin van het straatje keken we recht in een schat van een muurtekst :

20170415_114444

Gesteld dat er plassen lagen onder een open hemel, een waarheid als een koe, maar wel een poëtische. Het klonk veelbelovend. De toon was gezet. Enkele tientallen meter verder zagen we uiteindelijk toch het tweede bord van het Vlaemsche Erfgoed. Binnen in de Erfgoedwinkel zouden we een kaartje kunnen kopen. Een dame in traditionele klederdracht zat er rustig te spinnen tussen streekproducten en souvenirs en verkocht ons met de glimlach twee tolpoortkaartjes voor het museum.

Een aparte formule, dat museum. Het had iets weg van een Bokrijk-in-zakformaat. Even het straatje oversteken en uiterst rechts beginnen. Met de drukknop kun je een filmpje starten. Taferelen uit het dorpsleven aan het einde van de 19de eeuw tot ruwweg Wereldoorlog II kwamen achter pittoreske ramen en deuren stil tot leven. Stillevens vol Vlaams verleden en nostalgie.

Sommige dingen herkende ik uit mijn kindertijd. Van de zomervakanties bij de bomma, in een dorp bij de taalgrens waar de tijd in de jaren zestig al stil leek te staan. In het snoepwinkeltje bijvoorbeeld met een kruidenierster zo oud als de straat. Met grote potten bontgekleurde bollen en stokken, zoet én zuur, die in bruine puntzakken werden afgewogen op de ‘bascule’. Of de Sunlight zeep, die we met een mesje moesten afschrapen om te laten oplossen in de dampende, zaterdagse badkuip. In de keuken bij de Leuvense stoof. Of de Pacha Chicorei bij de rode koffiepot met teut.

Als kind keek ik in mijn eigen Vlaams verleden al mijn ogen uit en nu gebeurde het opnieuw. In een leuk concept dat je helemaal teruggooit in de tijd. We keken binnen bij de bakker, bij de kruidenier en de kapper, de schoenmaker en de smid. De echtgenoot was vooral gecharmeerd door de timmerwerkplaats. Het rook er immers naar de ‘sjöpkes’ op het erf rond zijn ouderlijk huis. Een mix van grond en stof en ouderdom. We roken metaalvijlsel en houtsnippers, lijnolie en stro. In de filmpjes vertelden vrijwilligers honderduit en toonden enthousiaste ambachtslui van nu hoe men in de negentiende eeuw meubels en doodskisten maakte. Met die schat aan schaven, hamers en beitels. Zoveel ‘goed gerief’ op enkele vierkante meters.

Ik raapte er stof voor dit logje rond herinnering en nostalgie.

25 gedachtes over “Breskens, aflevering 3 : bezoek aan Groede

  1. Oh ja, Groede!
    Wij verbleven er al in een toffe B&B met supervriendelijke mensen, elke keer als we naar de kust rijden, gaan we ’s avonds onder de bomen van het plein iets eten!
    Fijn logje met mooie herinneringen voor ons! X

    Liked by 1 persoon

  2. Wat ben ik blij met deze post.
    Normaal gezien zouden wij gisteren een fietstocht gemaakt hebben van Cadzand naar Breskens, maar omdat Matroosbeek niet op ‘haar’ toren zat stelden we het uit. Ik denk dat ik zomaar Groede voorbij zou gefietst hebben. Nu weet ik dat het wijs is om daar eens halt te houden!

    Liked by 2 people

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s