ode aan de maalplak

Als je lief uit het oosten kwam en je de conversaties aan de familietafel aldaar wilde volgen, moest je een zo goed als nieuwe taal leren. Dat was in het begin effen wennen, maar gelukkig had ik ergens een goed ontwikkelde talenknobbel zitten. Ik had op school ook wat Duits geleerd en dat hielp. Het duurde dus niet al te lang voor ik passief mee was en het dagelijks gebabbel min of meer begreep.

Eén van de eerste woorden die ik me herinner, is de maalplak van schoonmoeder zaliger. Ik zag niets door dat woord. Het etymologisch luikje in mijn hoofd kon er ook niet veel mee, want hoe kon ik weten dat een zak, éénmaal in de buurt van de Maas, geen tès meer is maar een maal? En dat de plak niet verwijst naar kleverig snot of een sneetje kaas, maar een Limburgse taalvariant is voor een lap stof? Een plak is dus eigenlijk gewoon een doek. En daarmee was een eerste stukje van de puzzel van dialectwoorden gelegd. Ik bleef ietwat ontgoocheld achter. Had een veel spannender en poëtischer woordverhaal verwacht. Niet dus. Ik heb me erbij moeten neerleggen dat een maalplak niet meer dan een letterlijke vertaling was van de zakdoek die ik van kleinsaf kende.

Maar misschien is het andersom. Kwam de maalplak eerst en is later de zakdoek uitgevonden. De oudste gedichten uit onze Vlaamse canon werden toch ook in het Limburgs geschreven? Al kan ik me moeilijk voorstellen dat Van Veldeke met een stoffen doek in zijn middeleeuwse broek rondliep. In onze contreien is de neusdoek naar het schijnt pas in de Renaissance uitgevonden en nog enkele eeuwen later door Marie-Antoinette van Frankrijk op punt gesteld. Het duurde bovendien tot de vorige eeuw vooraleer de stoffen doeken ook bij de gewone man aan de wasdraad hingen.

Meer dan dertig jaar later zetten wij hier in huis de traditie van de maal-plakken nog altijd voort. Geen papieren tissuutjes voor ons, maar van die goede oude, gestreepte zak-doeken. Om te wassen en te strijken. Die je eerst bijeen moet harken in en onder bedden. Die je uit broek- en jaszakken moet vissen (want daar zijn ze uiteindelijk voor gemaakt 😉 ). Die ook om de haverklap zoek zijn. Net als de sokken hier in huis pootjes lijken te krijgen. En niemand – behalve zoon vier en ik – gaat hier het huis uit zonder een maalplak of twee. Van die vers gestreken. Met de geur van Soupline eromheen.

Toen ik vanmorgen het zakdoek-stukje van Guinevere Claeys in de krant las, had ik mijn onderwerp voor vandaag. Een ode zou het worden. Aan iets doodgewoons. Aan de maalplak bijvoorbeeld. 🙂

 

hoe

je daar

ligt, zo lekker

fris gestreken in je

mand, geurend naar zomerse bloemen.

je bent een doekje voor het

bloeden, een depper voor de tranen, een

wisser van het examenzweet, een bijtring voor tv,

maar bovenal een hondstrouwe zakbewoner die buiten een frisse

neus gaat halen en die dan weer netjes droog veegt.

 

 

 

 

35 gedachtes over “ode aan de maalplak

  1. Heerlijk stukje dit!
    Wij zijn een hele tijd ontrouw geweest aan de stoffen variant maar om de afvalberg niet nodeloos groter te maken zijn we al weer een hele tijd voor stof.
    Enkel de grote worden hier gestreken, want die nemen we ook mee. De kleine dienen om éénmaal in te ‘trompetten’ en direct weer in de wasbak te deponeren. In hooikoortstijden kunnen ze niet snel genoeg gewassen zijn!

    Liked by 1 persoon

  2. Luc gebruikt stoffen, maar die mogen niet -met de nadruk op niet- gestreken worden. Ik zwoor de stoffen neusdoekjes af omdat ik er altijd zo een rode kapotte neus van kreeg bij een verkoudheid.

    Inderdaad, niet goed voor het milieu, maar zoals het vroeger ging (tussen duim en wijsvinger) dat zie ik niet zitten.

    😉

    Liked by 1 persoon

  3. Mooie ode aan de zakdoek! Hier gebruiken we ook nog altijd de stoffen variant. De zoon heeft er wegens een of andere allergie het hele jaar door in groten getale nodig. Maar – en nu komt de aap uit de mouw – in augustus vorig jaar is hij in Stockholm gaan studeren en hij heeft er tot nog toe niet één nodig gehad.

    Liked by 1 persoon

  4. Ik krijg de papieren zakdoeken niet verkocht aan mijn mannen! Ik was en strijk dus ook lustig! 😀😀
    Dat overal gaan zoeken klinkt herkenbaar, hier woont volgens mij een zakdoekenmonster (en nog eentje voor sokken ook 😀)

    Liked by 1 persoon

  5. Mensen op leeftijd hebben ze nog op zak
    of in de tas.
    Jongere mensen hebben zakdoekjes
    van papier, omdat het kleiner is,
    maar ook beter vanwege hygiëne.
    Meerdere malen snuiten in het stof
    bemet je opnieuw.
    Een knoopje in alle punten
    en je kon de zakdoek als hoofddeksel
    genruiken tegen de zon. Vaak als
    je aan het vissen was…
    Of is dat typisch Zaans of Urkers?
    Want daar ken ik het van…

    Liked by 1 persoon

  6. Maalplak, wat een heerlijk woord! Al snap ik tegelijk ook wel dat je liever had gehad dat het iets exotischer dan een “ordinaire” zakdoek betekende 🙂
    Ook hier ten huize worden stoffen zakdoeken gebruikt; vind de papieren zo’n enorme verspilling. Al strijken we ze nooit, dat dan weer niet 🙂

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s