Sénanque

Als je ooit in de Vaucluse in de buurt van Mont Ventoux vertoeft en geen zin hebt om nog maar eens die mythische berg omhoog te fietsen, dan is een bezoek aan de abdij van Sénanque een aanrader. Al was het maar om de trosjes Japanners, Koreanen of Chinezen – mijn kennis van de Aziatische medemens is onvoldoende om hen qua fysische verschijningsvorm van elkaar te onderscheiden – te zien neerstrijken tussen de lavendelstruiken, gewapend met hun dure camera’s en selfie-sticks. De bordjes die de toeristen tussen al dat moois proberen weg te houden, staan er nu zelfs in sierlijke, Oosters aandoende tekens, maar ze worden met een glimlach straal genegeerd. Deze toeristen doen gewoon lustig kwebbelend en poserend hun ding.

De rit naar de abdij is al een belevenis op zich. Je kan vanuit het mooie Gordes via een steil en smal bergwegeltje naar beneden kruipen – een spectaculair uitzicht, maar ik doe het nooit meer! – of via de zeer berijdbare Col de Murs. Een derde mogelijke route is de minst bergachtige. Je vertrekt vanuit Carpentras, rijdt door Saint-Didier en laat Venasque – een village perché waar Vive le Vélo ooit neerstreek – rechts liggen. Na de afslag naar de abdij rij je dan enkele kilometers door een woest en rotsachtig landschap, op weg naar het einde van de beschaving, zo lijkt het. Ik vraag me elke keer weer af hoe die middeleeuwse monniken deze plek ooit gevonden hebben en hoe ze in godsnaam erin geslaagd zijn al het materiaal dat nodig was voor de bouw van hun abdij ter plaatse te krijgen. Maar ze staat er. Plots, na de laatste scherpe bocht van de door vele fietsers gegeerde afdaling, doemt ze op, de abdij met de lavendelvelden eromheen.

Sénanque is één van de drie grote Cisterciënzerabdijen van de Provence, samen met Le Thoronet in de Var en Silvacane. In mijn ogen is Sénanque ook de mooiste van de drie en de sprookjesachtige ligging zit daar zeker voor iets tussen. Bovendien, sinds 1988 wonen en werken er hier ook weer monniken die hun gasten minzaam begroeten in hun zwart met witte pijen.

Als je een plaatsje wil op de vaak overvolle parking, kom je best zo vroeg mogelijk. Je kan betalen voor een geleid bezoek aan de stille ruimtes,  of je kan op eigen houtje rondwandelen in de tuin en de mooie Romaanse kerk uit de 12de eeuw. Een cafetaria of terras om neer te strijken is er spijtig genoeg niet, maar wel een zeer charmante en ongetwijfeld erg lucratieve winkel met veel religieuze symbolen, boeken in allerlei talen, en heel veel lokale producten: kaarsen, zeepjes, lavendelgeurzakjes, huisparfums, confituren, honing, olijven, pesto, ….  En huisbereide, lekkere peperkoek met sinaasappelsmaak.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s