sterretjes maar geen kindjes

En weer vind ik in een gedicht van Geert De Kockere de woorden die ik zoek.

Een mens
Druppelt het leven in.
Uit vruchtwater dat draagt.
Leven dat groeit.
Soms vloeit het weg.
Veel te klein nog.
Of ongeboren.
Soms houdt het op.
veel te gauw verleefd.
En weer is er water
dat verdriet heet nu.
En daaruit dan hoop.

Het kwam eigenlijk door een samenloop van dingen. Door wat ik onlangs las in verschillende logjes. En door een item in het tv-journaal over dorpsgenoot Koen Geens die een vergeten groep van sterrenkindjes wil erkennen. Zij die de eerste zes maanden in de buik niet overleven (vanaf hoeveel weken de erkenning begint, wordt in het midden gelaten). Het kwam ook door de mama die vertelde over de twee gekoesterde kaartjes in haar kast. Geboorte- en rouwkaartjes in één. Van twee van haar vijf kinderen.Vergeten doe je nooit, zei ze nog.

Ik viel even stil.

Want drie keer liep het ook hier vroeg mis. We kregen een miskraam. Alsof dat een geschenk is. Zo een kraam die mis-viel. Waardoor er plots geen kindje meer was. Zo voelde het toch, ook al is er in zo’n geval officieel nooit een kindje geweest. Geen naam. Geen kaartje. Geen aangifte. Niets. Je krijgt pas een kind boven de 500 g en boven de 22 weken, lees ik ergens. En voordien dan?

Ouders die een vroege miskraam in de schoot geworpen krijgen, verliezen wel iets. Of iemand. Hoe je het ook noemt. Een vrucht, een embryo of foetus, maar altijd een kindje in spe. Ook al krijg je het zo vroeg meestal niet te zien. Ook al verdwijnt het tussen het afval van het ziekenhuis.

Ik was er elke keer het hart van in. Want ze waren alle drie gewenst. Gepland, zo je wil, maar in de context van kinderen krijgen, vind ik dat een raar woord. De datum paste ons altijd. Het verlies niet. En dus was er verdriet. Misschien meer dan je wilde toegeven. Tijd om stil te staan of te rouwen kreeg je niet. Nam je niet, want je had al een kind. En later twee. Nog later vijf.

Het scenario was drie keer hetzelfde. Het vruchtje ging dood. Om uiteenlopende redenen en in een andere week van de zwangerschap. De gynaecoloog bracht ons het slechte nieuws en na een curettage in het ziekenhuis mocht je naar huis. Met een voorschrift voor enkele dagen rust. En dan weer aan de slag. Verder met het leven.

Extra pijnlijk was dat zo’n vroeg zwangerschapsverlies en de emoties die daarmee gepaard gingen nauwelijks erkend werden. Alsof het een fait divers was. Zoals een kras op je nieuwe auto. Men wist niet hoe te reageren. En dus werd er meestal over gezwegen. Of het werd geminimaliseerd. Dood-gerelativeerd. En ook al bedoelden de meeste mensen het goed, ik kon hun commentaren missen als kiespijn.

Van ‘Het is beter zo! Misschien was er wel iets mis mee!’

‘Och, trek het u niet aan. Ge zijt nog jong. Ge kunt er nog krijgen.’

‘Het gebeurt zo veel!’

Over ‘Maar ge hebt er toch al één/twee!’ of ‘Is vijf niet genoeg?’

Tot ‘Je hebt je examenpunten nog niet ingediend, zie ik.’ 

Het is al lang geleden, maar ook nu zijn vroege miskramen nog vaak taboe. Je hoort er zelden over. Tot je zelf openlijk praat over die van jou. Dan beginnen andere vrouwen te vertellen hoeveel zij er gehad hebben. Bijna 1 op 4 krijgt ooit een miskraam, zeggen de statistieken. Als je met lotgenoten praat, merk je ook hoe weinig aandacht dit soort rouw ook vandaag nog krijgt. Er is natuurlijk ook niets tastbaars of zichtbaars kwijt. Er is nog geen geur of gehuil. Nog geen gezicht. Zo vroeg in de zwangerschap zijn er ook nog geen herinneringen. Alleen een Predictor-stick misschien of een afdruk van een eerste echo.

Ik moest er de afgelopen dagen weer aan denken. Vroeg me af of dat misschien meisjes waren geweest. En hoe ze eruit zouden gezien hebben. Welke namen we gekozen zouden hebben als … . Ik zocht en vond er ook lectuur over. Het gedicht van Geert de Kockere boven deze blogpost. Of het artikel Met Lege Handen (link onderaan) over Als je een prille zwangerschap verliest, het boek van rouwspecialist Manu Keirse

Want dat is wat er gebeurt. Je verliest een prille zwangerschap en je blijft met lege handen.

Zoveel jaren later af en toe nog altijd.

http://www.vvoc.be/doc/mkart.pdf

38 gedachtes over “sterretjes maar geen kindjes

  1. Wat is dat toch met dat wegen van en oordelen over het verdriet van een ander….? Of het eigen verdriet van stal halen om te bewijzen dat het altijd erger kan… Ik las van de week over je tranen. Ik denk dat ze nooit opdrogen, ze stromen alleen soms niet… Je kindjes, hoe klein of pril ook, zijn je kindjes. Elke traan die rolt is van liefde. Wat een ander daarvan vindt… is toch niet van jou. Ik geef je een dikke knuffel en een kus voor elk sterretje. En ik huil…heel even met je mee 🌟🌟🌟

    Liked by 1 persoon

  2. Neen, zoiets verjaart niet. Mijn moeder kreeg 60 jaar geleden een drieling waarvan één kindje na enkele minuten overleed en een ander na 18 dagen. Alleen mijn zus (die nu dus 60 is) en het meisje dat 18 dagen geleefd heeft werden geregistreerd in de gemeente en opgenomen in het trouwboekje. Zij heeft daar heel veel jaren mee geworsteld en heeft uiteindelijk – mijn zus was al lang volwassen – stappen ondernomen om ook haar derde kindje in het trouwboekje te krijgen. Dat was voor haar voldoende erkenning. Toen pas kreeg zij rust.

    Liked by 1 persoon

  3. Ik denk er nog een beetje over na en even dit: ik geef niet echt om de erkenning van mijn kindje dat ik verloor. Ik heb het geluk gehad dat ik het thuis heb ‘gekregen’ (heb het met een soort van kleine weeën gebaard). Het kindje had een naampje voor ons en heeft die naam gehouden, en we hebben het samen begraven. Er is een grafje waar ik soms nog een kaarsje op zet. Of waar we met nieuwjaar een sterrenstokje laten knetteren. Dat is voor mij ‘genoeg’.

    Liked by 1 persoon

  4. Heel herkenbaar, dat beter zo. Bahbahbah… Niet vanwege miskraam, maar omdat mijn eigen gezondheid en die van een kleintje groot gevaar loopt bij zwangerschap. Dat wegwuifgedoe en wat het met mij doet en deed beschreef ik in vamos the children, op ariadnesdraad terug te vinden.

    Liked by 1 persoon

  5. Ik kon mij pas een idee vormen van het verlies en de pijn die een miskraam moet geven toen ik zelf zwanger was. Want hoewel je nog niet kan zien dat je zwanger bent verandert je lichaam al van de eerste moment en voel je je echt anders, je maakt plannen en droomt over een toekomst met je kindje. Als dat allemaal wegvalt moet dat zeer veel pijn doen. Bij mijn tweede zwangerschap heb ik 5 dagen in twijfel geleefd dat de zwangerschap misschien afgebroken moest worden en die wanhoop was echt onbeschrijfelijk. Dus probeer ik nooit te oordelen over andermans gevoelens.

    Liked by 1 persoon

  6. voor de sterren

    “straks als ik jullie hoor fluisteren,
    vult mijn hart
    zich
    met levensliefde”

    *Rozie en Hugo

    @ alle andere sterren – niets dat alles is in alle hartjes van de wereld.

    Liked by 1 persoon

  7. Een sterrenkind is ook een kindje, en maakt de vrouw die het verloren heeft een moeder. Ik vind dat er vaak erg makkelijk over een miskraam wordt gedacht en de impact die het heeft. Het verdriet over een verloren kindje krijgt een plekje maar vergeten wordt een sterrenkindje niet.

    Liked by 1 persoon

  8. Ik herken me zo hard in dat gevoel van ‘het was wel MIJN KIND. Een getal van 500 gram zou niet mogen bepalen of we onze kinderen als ‘dingen’ moeten zien of als wat ze zijn, onze kindjes, nu sterretjes. Sterkte nog..

    Like

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s