klaag-taal-schat

  jammeren en jeremiĆ«ren brommend, grommend, morrend of mopperend – neuten, kneuten en zeuren … mensen klagen in allerlei kleuren. weeklagen, zaniken en ziegezagen mekkeren, mauwen en mieren als dieren, foeteren en lamenteren, knorren en kniezen, melken en ouwehoeren die kwezelen en kutkammen … hoor ze miepen en urmen tot ze zemelen in hun emmeren en hun dagen […]

e.d.i.t.

als ik kon dan fluisterde ik die tekst in mijn eigen oren, wel twintig keer, elke blauwe maandag van het jaar. misschien lost de Monday blues dan stilletjes op, als een mist die over bomen hangt; maar zo lenig ben ik niet. ik geraak amper halfweg en wat ik ook zeg, verdampt in het niets.