het leven zoals het is … op het terras van een zuiderse bar

Buis-les-Baronnies in de Drôme Provençale. Zaterdag 15 juli 2017.

Als we iets na de middag het slaperige stadje aandoen, weegt de warmte op de smalle straatjes van het oude centrum. Hier en daar zitten wat mensen te eten. Op het pleintje met de middeleeuwse arcades laden de laatste marktkramers hun koopwaar weer in hun witte, aftandse Renaults. Ik koop op de valreep nog een bussel lavendel om te drogen.

We slenteren door de smalle, maar kleurrijke straatjes en ontdekken enkele mooie hoekjes rond een oud kerkje dat uitnodigend zijn deuren openslaat naar de zon. Op het bankje onder de plataan ervoor zitten twee oude mannen druk gesticulerend te praten. Iets verderop lopen we door een kleine publieke tuin met inheemse, aromatische planten en kruiden. Er zijn bogen, oude gevels en mooie doorkijkjes. Fonteinen, beelden en af en toe ook een mens.

 

We besluiten dat we dorst hebben en zoeken een terrasje in de schaduw. Hier is, in tegenstelling tot l’Isle-sur-la-Sorgue of Vaison-la-Romaine, plaats zat.

Tegen de muur zitten twee prille zestigers naar voorbijgangers te kijken. Wat verderop twee afgeleefde mannen. Hun leeftijd laat zich niet raden. Sigaretten en wijn liggen voor hun neus. Hun blik is stil en wazig.

We bestellen een Schweppes Agrum en een Cola Zero. Niet veel later aan tafel gebracht voor maar 4,40 euro. Een voor de Provence hoogst ongewone prijs. Zoon vier vindt onze stop maar niets en besluit zijn stoel zelf de ietwat groezelige bar binnen te rijden. Op tv rijden renners voorbij. Als de echtgenoot even later binnen een kijkje gaat nemen, zegt de zestiger opvallend luid: “Nederlandstalige Belgen. Dat zijn Vlamingen dus.”

Ik glimlach en knik.

Wij zitten in Saint-Martin-d’Ardèche, maar we zijn van Zolder.” zegt de man nog, ook al heb ik daar niet om gevraagd. “En u?

Ik antwoord dat we net terugkeren van een week in de buurt van Avignon en op weg naar Vaison een omwegje maken langs Buis-les-Baronnies.

(Ik had dit stadje al eerder willen bezoeken, want enkele jaren geleden stond er in één van mijn woonboekjes een prachtig vakantiehuis net buiten Buis. De mooie foto’s van de omgeving en de inrichting van het huis zijn me altijd bij gebleven. Maar dat zeg ik allemaal niet tegen de man uit Zolder.)

Hij vertelt ongestoord verder dat ze ook naar Vaison reden toen zijn vrouw – een kinesiste – plots zei dat een vriendin van haar een huis had in Buis. “Daarom zijn we hier dus.” Terwijl hij spreekt, volgt hij zoon vier met zijn ogen. Hij observeert zijn gedrag en voegt eraan toe dat zijn vrouw nog met autisten gewerkt heeft. In een speciale school. De vrouw knikt en zwijgt. Het is duidelijk wie bij hen de boventoon voert.

(Als ik had aangedrongen, was ik nog veel meer over hen te weten gekomen, maar daarvoor waren we niet naar Buis gereden.)

Ik zeg even iets tegen de echtgenoot en daarop richt de man zijn pijlen op de twee mannen die een tafeltje verderop zitten. Of ze van de streek zijn, wil hij weten. In het Frans. Met een Vlaamse r. De ‘jongste’ man knikt, maar zegt dat hij eigenlijk een Ier is. Zeventien jaar geleden gepensioneerd als militair, in Buis neergestreken en er gebleven. Hij vertelt het in vrij vlot Frans met een Keltisch accent.

De man uit Zolder schakelt moeiteloos over op het Engels. Of hij dan ook met een Franse getrouwd is, wil hij weten. Zijn nieuwsgierigheid is grensoverschrijdend.

De Ier antwoordt kort. “Was. Was married. Made a mistake. French women talk too much.”

Of hij ooit in België is geweest? Het spervuur houdt aan.

Only once. I’ve been to Ypres and I know the Menin Gate, you know. Half of my family lives there. Buried in Flanders Fields.” Wrange, Ierse humor.

Ah yes.” De man van Zolder laat zich niet uit zijn lood slaan. Maakt nog een grapje over bier, maar de Ier heeft er even geen zin meer in. Even later kijkt hij hoopvol in onze richting, wijzend naar zoon vier in de rolstoel.

“Your son. I know what it is. I understand. Respect. My eldest had cerebral palsy. So I know what it is.” Hij klopt op zijn hart.

Hoe oud zijn zoon is, vraagt de echtgenoot uit beleefdheid.

He died at 38. Blessing from God.

We zwijgen, de echtgenoot en ik. Onze monden vol tanden. Om beide boodschappen.

Dan staat de man op. Hij wankelt, ook al is het nog maar middag.

Can I go and talk to your son?” vraagt hij.

Natuurlijk mag dat, maar we zeggen dat hij niet kan spreken.

No problem. I can talk to him.”

De man gaat naar binnen. Van waar ik zit, zie ik hoe hij zich naar de zoon toe buigt en hem toespreekt. De zoon kijkt de andere kant uit. Duidelijk niet geïnteresseerd in een goedbedoelde Ierse babbel.

He won’t talk to me.” zegt de man als hij weer buiten komt zitten. “But that’s okay.” Hij neemt een slok van zijn oude wijn. Er zijn ondertussen al nieuwe glazen neergezet.

Die van ons zijn leeg en we staan op om te vertrekken. Zeggen dag tegen de man en vrouw uit Zolder. De echtgenoot geeft de Ier nog een hand en bedankt hem. Het doet de man iets, zie ik.

En onderweg naar de auto weegt de scène van daarnet bijna even zwaar als de warmte. Tragiek en tristesse vernevelen over de namiddag. Om de Ier en zijn overleden zoon. Om zijn dagen die wazig slijten in een bar in Buis-les-Baronnies.

 

24 gedachtes over “het leven zoals het is … op het terras van een zuiderse bar

  1. Ik stapte aanvankelijk heel warm je verhaal binnen, ik voelde de Zuiderse warmte en sfeer bij het lezen, terwijl het hier buiten onweert.
    Je verhaal eindigt aandoenlijk, om de Ier met het hart op de juiste plaats, en om jullie die de woorden moeten verteren, hoe goed bedoeld ook.

    Liked by 4 people

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s