een antwoord met vertraging

Waarom steken we het puntje van onze tong uit als we een priegelig handwerkje doen?

De vraag van gisteren woog te licht vergeleken bij het nieuws van de geboorte. Net als mijn hoofd. Het ging aan het zweven. Het lag in de lappenmand. Warm toegedekt onder een wiegdekentje. Niet in staat ook maar iets zinnigs in/uit te brengen tegen het euforische oma-gevoel. Ik stond erbij en staarde.

Die rook om mijn hoofd hangt er vandaag nog een beetje. Net als de mist in de tuin. Het ochtendgrijs, zoals dat al even heet. De blauwe hardsteen op het terras kleurt mooi donker en ik zie weer hoe kunstig webben gesponnen zijn tussen boom en struik. Onopzettelijk trap ik in de nevelochtend een groepje paddenstoelen stuk.

Want mist is een dwaal-duider. Hij zet je op het verkeerde spoor. Ik draai me dus terug naar de vraag. Waarom doen we het? En niet alleen kinderen blijkbaar. Ook volwassenen steken hun tongpunt uit. Onbewust. Een vriendin van me als ze borden dresseert, ik als ik een draad door het oog van een naald probeer te duwen. Elk kind dat kleurt, een legomannetje in elkaar steekt of zijn eerste kruisjessteek naait, doet het. Bij dingen die concentratie en fijne motoriek vragen, floept onze tong ongemerkt naar buiten, of we dat nu willen of niet. Waarom toch?

Onderzoeksters Gillian Forrester en haar collega Alina Rodriguez van de London University denken het antwoord gevonden te hebben. Ze observeerden een groep vierjarigen die geconcentreerd aan het spelen waren en ontdekten dat de kinderen de bewegingen die ze met hun vingers maakten met hun lippen gingen imiteren. Zonder dat ze er erg in hadden. Volkomen onbewust. Een bewijs dat er een (h)echte interactie is tussen mond en handen. Tussen spraak en gebaar. En daar is een eenvoudige, evolutionaire verklaring voor. Want de hersengebieden die mond en handen aansturen, liggen in elkaars buurt en overlappen zelfs.

In het verre begin communiceerde de mens met gebaren. Naarmate zijn tijd dichter naar de onze toe sloop, nam de druk om te kunnen spreken toe. Maar terwijl je een punt slijpt aan een steen of een konijn probeert te villen, kun je moeilijk met andere gebaren communiceren. En dus is de mens synchroon zijn lippen beginnen te bewegen. Hij vormde klanken en breide ze later tot woorden en zinnen.

Het tongpuntje dat tussen onze lippen naar buiten steekt in tijden van opperste concentratie, blijkt dus een evolutionair restje van taalontwikkeling te zijn. Niet meer dan dat. Maar ook niet minder. 🙂


bron: de wetenschapswinkel van de Standaard

16 gedachtes over “een antwoord met vertraging

  1. “Want de hersengebieden die mond en handen aansturen, liggen in elkaars buurt en overlappen zelfs.”. Bij het geven van fruit- en groentepapjes aan baby’s waarbij ze het mondje moeten openen, gaat ook onze mond mee open….. Dit zal je je ‘binnenkort’ ook terug mogen herinneren :-).

    Zweef nog maar heel lang op die prachtige roze wolk!

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s